Parels en diamanten

doz-gabrial-D0fxuvStGD0-unsplash.jpg

’Deze sessie zal anders zijn” zei Karin. Ik ben niet verbaasd. Alles is anders deze dagen. Ook al draait de wereld nog steeds om haar as en is mijn agenda goed gevuld, nog steeds overheerst het gevoel dat er een soort vacuüm is ontstaan, een parallel universum. Alsof ik in een decompressietank zit, een tussentijd, als een duiker die langzaam aan weer gewend moet raken aan de normale luchtdruk na ze lange tijd onder water te zijn geweest. Maar waar duikers normaliter weten hoe de wereld eruit zal zien als ze de tank weer uitstappen, is dat nu niet het geval. Er zijn nog steeds veel onzekerheden, verrassingen en tegenslagen.

 

‘Wat is het verschil deze keer?’ vraag ik Karin. Ze werkt als medisch secretaresse in een groot ziekenhuis,waar de druk onveranderlijk hoog is en het werk per definitie nooit klaar. Haar perfectionisme is haar in de weg gaan zitten, waardoor ze moe is. Niet de normale vermoeidheid die met een nacht goed slapen verdwenen is. Het duurt langer, zit dieper. Ze maakt enorm lange dagen en is ook al een paar keer kort ziek geweest de afgelopen maanden. ‘Gewoon hoofdpijn’, zegt ze, ‘het is nu druk, het wordt vanzelf wel weer rustiger. Haar leidinggevende is bang dat langduriger uitval dreigt en dat Karin afstevent op een burnout. Zij is ook degene geweest die erop heeft aangedrongen dat Karin met een coach aan de slag gaat.  Want het advies dat mails aan andere afdelingen echt wel wat korter mogen en niet alles binnen een dag beantwoord hoeft te worden kwam totaal niet over. Logisch. Een perfectionist vertellen dat het wel een onsje minder mag is goed bedoeld, maar net zoiets als tegen een klein kind dat nog heilig in Sinterklaas gelooft zeggen dat de Goedheiligman niet bestaat. Hoezo? Waar heb je het over? Het resultaat is hooguit een wat glazige blik, schouderophalen en onverstoorbaar doorgaan op dezelfde voet.  

 

De illusie van de perfectionist is dat altijd een uitstekend eindprodukt afleveren rust en tevredenheid creëert. Maar het tegendeel is waar. Het levert juist een enorme spanning en druk op. Bij Karin zelf en bij de mensen om haar heen, haar gezin, haar collega’s. En op het moment dat ze zich ook naar haar eigen mening te vaak moest afmelden met hoofdpijn, was de tijd rijp om alsnog gebruik te maken van het coachaanbod. 

 

We hebben inmiddels al een paar gesprekken gevoerd. Karin is zich ervan bewust dat de oorzaak van al dat perfectionisme ligt in een gebrek aan zelfvertrouwen. Ooit was streven naar perfectie haar manier om zich veilig en beschermd te voelen. ‘Als ik alles heel goed doe, komt er geen kritiek en geen ruzie of verdriet’, heeft ze vroeger als kind thuis gemerkt. Nu weet ze dat ze om zelf gezond te blijven, grenzen moet stellen aan die drang naar perfectie. Dat niet alles hoeft perfect te zijn. Dat het ook helemaal niet haalbaar en je uiteindelijk alles minder goed doet dan je in gedachten hebt. En gefrustreerd raakt, teleurgesteld in jezelf, je afreageert op anderen of te hoge eisen aan hen stelt. Uiteindelijk zelfs mensen van je vervreemdt. 

We bespreken dat een deel van wat ze doet echt foutloos moet zijn. En welk deel dat is. Volgens haarzelf en volgens haar collega’s.  En op grenzen stellen aan haar eigen werktijden. Niet makkelijk voor iemand die al een leven lang ‘ja’ zegt op de meeste vragen om hulp. Niet voor niets is ze in de zorg gaan werken. Mensen helpen is datgene wat echt belangrijk is voor haar. ‘Nee’ komt niet voor in haar woordenboek, dat voelt tegennatuurlijk. Zelfs nu ze doodmoe is.  Zelfs nu die toewijding aan ‘haar’ patiënten, haar drang om alles tot in de puntjes elke dag af te hebben de verslaglegging, de administratie, haar niet meer van dienst is en haar valkuil dreigt te worden.

 

‘Nou, gisteren heb ik voor het eerst ‘nee’ gezegd tegen Cindy.’ Cindy is haar manager. ‘Ze wil dat ik vakantie neem, omdat het zo ontzettend druk is geweest op de afdeling.  Ik zei dat het nu helemaal niet uitkomt, en ik niet open sta voor discussie op dit moment.  Ben je niet trots op me?’ Ze kijkt recht in de camera, en hoopt duidelijk op een compliment. 

 

Ik heb met haar te doen. Het is duidelijk dat dit ‘nee’ net zo weinig in Karin’s belang is als alle keren hiervoor dat ze ‘ja’ heeft gezegd. Hád ze maar ja gezegd.  Op zichzelf is haar reactie wel begrijpelijk. Juist de mensen die alles goed vinden en het lastig vinden om grenzen te stellen, worden van de weeromstuit soms opeens heel rigide. De slinger moet dan eerst helemaal de andere kant opgaan voordat er een gezonde balans onstaat, soms iets meer naar links en dan weer iets meer naar rechts.

En nu, in deze periode met al dat thuiswerken, is me al vaker opgevallen dat juist deze groep medewerkers het opeens gemakkelijker vindt om, veilig in hun eigen huis, hun taken af te bakenen. Alsof ze eindelijk voor zichzelf durven op te komen, doordat er letterlijk meer fysieke afstand is tot hun collega’s en leidinggevenden.  Maar dan gelijk doorschieten in het nieuwe gedrag. Ook dat maakt deze tijd zo vermoeiend en onvoorspelbaar, niet in de laatste plaats voor veel leidinggevenden. Ondertussen praat Karin door. ‘Het is helemaal niet handig als ik nu vakantie neem, er zijn gewoon nog te veel patiënten, er is een wachtlijst en bovendien heb ik collega’s die mantelzorger zijn naast hun baan en nog veel harder vakantie nodig hebben dan ikzelf’.  

 ‘En wie is ermee geholpen als jij geen vakantie neemt?’ vraag ik haar. ‘Nou, mijn collega natuurlijk’, luidt het stellige antwoord. ‘Op de korte of op de lange termijn?’ Het is even stil. Is mijn beeld nu bevroren of is Karin aan het nadenken? Ik kan het bijna niet zien. Dan is er weer beweging aan de andere kant van het scherm. ‘Ik snap wat je bedoelt. Trap ik er weer in. Ik help natuurlijk helemaal niemand als ik ziek word en uitval. Zelfs de patiënten niet. Iedereen heeft hersteltijd nodig. Ik ook.’ 

‘Maar wel ingewikkeld hoor’, verzucht ze. Wanneer zeg ik nee en wanneer juist ja, als ik twee verschillende dingen wil: iets voor een ander betekenen én mezelf beschermen?’ Opnieuw heb ik bijna medelijden en tegelijkertijd word ik wat moedeloos. Ze blijft ondanks alle nieuwe inzichten over zichzelf zo hard aan het werk, ook in dit traject, om zichzelf te verbeteren. En daar zit ‘m nou juist de kneep.  

Dan valt mijn oog valt op haar handen die af en toe levendig in beeld zijn. Aan de éne vinger zie ik een ring met een fonkelende diamant, aan de andere een mooi gezette parel. Ik krijg een ingeving.  ‘Kijk en vergelijk jezelf eens met een parel en met een diamant. Die perfecte parel, die is vanzelf ontstaan, vanuit een zandkorreltje in een schelp, waar steeds meer parelmoer aan vast kleefde, terwijl de schelp de golven over zich heen liet komen. 

De diamant ontstaat diep onder de grond, als koolstof. Helemaal niet mooi. Maar door de enorme druk, wordt de koolstof samengeperst en keihard.  De diamant heeft perfectie daarmee al van nature in zich, maar moet eerst geslepen worden, de ruwe kantjes moeten er nog vanaf. Dat vereist weer veel precisie, concentratie en een scherpe blik. De éne keer kun je ervoor kiezen je te gedragen als de parel. Soms moet je dingen laten gebeuren en komen ze vanzelf in orde, zonder al te veel moeite.  Een andere keer moet je juist actief ruwe kantjes wegslijpen. Misschien is het moment gekomen dat je je 80% van de tijd voorstelt dat je een parel bent. Die andere 20 % werk je aan de diamant in je.’

 

‘Dat vind ik wel een mooi beeld’, klinkt het, haast opgelucht, ‘daar kan ik wel wat mee. En dan hoef ik ook niet zoveel van mezelf, behalve wat vaker te kiezen voor de parel en te zorgen dat de diamantslijper in me niet de overhand krijgt. Allebei zijn ze op hun manier perfect, maar de parel hoeft er minder moeite voor te doen.  Met al dat bellen en typen overdag is dat niet zo ingewikkeld, ik heb letterlijk twee goede voorbeelden in handen.’ En we maken een afspraak voor het volgende gesprek. 

 

Maanden later, nadat het traject is afgerond, ligt er op een dag iets bij de post. Het is afkomstig van Karin. Het gebeurt niet vaak dat klanten nog van zich laten horen. Verrast open ik de envelop. Er zit een kaart in, een foto van ronde op elkaar gestapelde rivierstenen. Geslepen door water en tijd. Ik denk even terug aan de parel en de diamant. Grappig.  ‘Het gaat goed met me’, schrijft Karin, ‘en ik heb een inzicht dat ik graag met je wil delen. Een soort Aha-moment, net als soms tijdens onze gesprekken. Mijn dochter Lisa gaat sinds afgelopen zomer naar het gymnasium. Ik moest haar laatst overhoren, Latijn, verschillende werkwoordsvormen. Ook het perfectum. Ik dacht meteen aan onze gesprekken, over mijn perfectionisme. En weet je wat nou zo leuk is? Lisa vertelde me dat perfect van twee woorden komt: per betekent zoiets als door of doorheen en facere betekent maken. Dat heeft me aan het denken gezet. Perfect betekent dus letterlijk eigenlijk zoiets als ‘doorgemaakt’, of volmaakt. En als je het zo bekijkt is alles wat iemand met zijn hele hebben en houden, ziel en zaligheid, zeg maar alle vaardigheden en kennis die hij in zich heeft tot stand brengt, is per definitie perfect. Want het is doorleefd, doorwrocht. Het heeft meer te maken met je inzet dan met het eindprodukt. Perfect is simpelweg datgene wat je nu tot nu toe hebt kunnen doen. Niet meer en niet minder. Misschien is het morgen iets anders, maar ook dan is het opnieuw perfect. Zo doe ik mijn werk nu ook. Iedere dag met heel veel plezier. En aan het einde van de dag is het genoeg.’ 

 

Verbluft leg ik de kaart neer. Hier heb ik weinig aan toe te voegen. Het coachtraject voelt nu letterlijk en figuurlijk zo afgerond als nooit tevoren. ‘Leuk bericht?’ klinkt het aan de overkant van de eettafel. ‘Ja’, zeg ik met een brede glimlach en met Karin’s wijze woorden nog vers in gedachten.  ‘Meer dan dat zelfs. Het is perfect’. 

Dit verhaal is eerder verschenen in het themanummer ‘Perfect’ van Coachlink Magazine, november 2020.

Copyright Tineke Mulder

Tineke Mulder